Andries Vierlingh (1507–1579) wordt steeds bekwamer in zijn werkzaamheden. Tegelijkertijd neemt zijn ergernis toe over het gepruts dat hij overal ziet op het gebied van waterwerken. Dijken worden verstevigd met oude karren en dode paarden. De dijkgraven, aangesteld als toezichthouders, zijn meestal profiteurs die van geen eb of vloed weten. Vaak hebben ze hun winstgevende baantje te danken aan een vorstelijke gunst. Van het dijkwezen hebben ze evenveel verstand als een zeug van het eten met mes en vork. Dat kan beter en dat móet beter, vindt Vierlingh.
Vierlingh is van mening dat het waterbeheer een professionelere aanpak verdient. En dat vinden meer mensen. De Lage Landen hebben keer op keer te kampen met zware zee- en rivieroverstromingen en landverlies, waarbij de bewoners machteloos moeten toezien. Toch was het hier en daar gelukt land in te polderen door er dijken om heen te leggen en waterlopen te bedwingen. Dat moet toch vaker kunnen?
Bovendien viel er geld te verdienen via het water. Het Hanzeverbond tussen meer dan honderdvijftig steden in Noordwest-Europa had sinds de veertiende eeuw bewezen dat voor de IJsselsteden de wereld openstond. Hout, graan en huiden uit het noorden werden via steden als Kampen, Zwolle en Deventer langs de Rijn tot diep in Europa vervoerd. In de loop van de vijftiende eeuw bleek de ligging van Holland nog voordeliger te zijn. En al omstreeks1500 was het graafschap Holland de grootste vrachtvervoerder van heel Europa. Allemaal dankzij het water.
Maar de zee blijft een onberekenbare factor. Daarom werkt Vierlingh jarenlang aan zijn Tractaet van Dyckagie (ca. 1578). Hij vindt dat de dijken steenbeslag horen te krijgen en verstevigingen van gevlochten wilgenhout. Verder moeten er schapen op grazen, die met hun kleine hoeven en bescheiden hapjes de dijken keurig op orde kunnen houden, in tegenstelling tot rondstampende koeien. De aanval is de beste verdediging, vindt Vierlingh. Daarom moet de zee al ver voor de dijk gebroken worden met strekdammen. Daarnaast dienen er betere sluizen te komen, en sterkere windwatermolens, die grotere delen van de polders kunnen droogmalen.
Mede dankzij Vierlingh wordt ook het bestuur van het waterbeheer professioneler aangepakt. Er komen beter georganiseerde waterschappen, geleid door een deskundige dijkgraaf. Verder worden de dijkwerken uitbesteed aan gespecialiseerde aannemers.
Andries Vierlingh heeft veel bereikt. Toen in de kop van Noord-Holland het ambitieuze plan om de Zijpe te bedijken vastliep, riep men zijn hulp in. Dat bewees dat hij in het midden van de zestiende eeuw het hoogste gezag in waterwerken vertegenwoordigde. Hij vond de eerste bedijking waardeloos, want hij trof ter plaatse ‘vliegent duijnsant’ aan. “Zou jij een bruid trouwen die je nog nooit gezien had?”, vroeg hij een Antwerpse geldschieter die blindelings wilde investeren. Het zou nog een halve eeuw duren voor het project succesvol afgesloten kon worden. Zoals voorspeld.
Afbeelding:
Plaat VII uit Tractaet van Dyckagie, 1576-1579
Collectie: Universiteitsbibliotheek Leiden
Kijk op de OmringdaikSait. Daar vind je ook de canon van de Westfriese Omringdijk. Over dijkbouw en overstroming, kun je de volgende clips bekijken: