Toen Den Bosch in de dertiende eeuw de eerste stadsmuren kreeg, werd de Dieze eromheen geleid, als vestinggracht. Ruim een eeuw later had de bloeiende stad behoefte aan nieuwe, ruimere stadsmuren. Weer werd de Dieze eromheen geleid. Het bestaande waterstelsel kwam in de stad te liggen: de Binnendieze. Huizen werden met de rug naar de stroompjes gebouwd. Later werden de glooiende oevers bij de achtertuinen en achtergevels vervangen door hoge, stenen kademuren. In de zeventiende eeuw was het stelsel in totaal maar liefst twaalf kilometer lang.
Het spreekt voor zich dat de Binnendieze een stinkend open riool was en dat het gebruik van het water voor alle denkbare doeleinden ziekte en epidemieën in de hand werkte. In 1887 kreeg de stad Den Bosch waterleiding. Toen de stad later ook riolering kreeg, kwam het Binnendiezesysteem in verval. In de jaren zestig van de vorige eeuw wilde de gemeente de resterende stukken maar helemaal dempen, maar daar kwam vanuit de bevolking verzet tegen. Uiteindelijk werden de 3,5 kilometer die nog min of meer intact waren, gerestaureerd. Dit project duurde van 1973 tot 1998 en nu is het stelsel een belangrijke toeristische attractie voor de stad.
Rond 1900 moesten vrijwel alle Nederlanders in de stad zich voor hun dagelijkse behoeften nog behelpen met een houten plee, met daaronder een ton, die met een beetje geluk twee keer per week werd opgehaald en vervangen door de gemeentereiniging. Aan deze onsmakelijke bedoening kwam een einde met de invoering van het ‘watercloset’, de WC, die aangesloten was op de nieuwe waterleiding en riolering. In Amsterdam begint men in 1910 met de aanleg van riolering, in sommige andere steden pas tientallen jaren later.
Wat in Den Bosch tegen het einde van de negentiende eeuw gebeurde, kan model staan voor alle Nederlandse steden. Eindelijk, veel later dan bijvoorbeeld in Engeland, kwamen er water(leiding)bedrijven en rioleringsstelsels. De slechte kwaliteit van het drinkwater was een groot gevaar voor de volksgezondheid. Ziektes als cholera kwamen in de negentiende eeuw nog veel voor. Maar de waterbedrijven, in totaal kwamen er zo’n 220 in Nederland, gingen goed drinkwater leveren.
Tegenwoordig hebben we nog tien grote waterleidingbedrijven in Nederland over, die samen jaarlijks 1,2 miljard kubieke meter water van uitstekende kwaliteit leveren. We hebben ook 100.000 kilometer aan rioleringsbuizen in de Nederlandse grond liggen, ter waarde van zo’n 60 miljard euro. Schoon drinkwater en riolering vinden we vanzelfsprekend. Maar het kost veel geld en energie om de kwaliteit van de infrastructuur en van het drinkwater op peil te houden. Toch kan de Binnendieze gerust een toeristische trekpleister blijven.
Afbeelding:
Poëzievoordracht op de Binnendieze
Foto: Ed Hupkens/Vrienden van 's-Hertogenbosch