De overheid ging zich meer met natuurbeheer bemoeien en na 1945 ook zelf natuurgebieden aankopen. Maar nog steeds moest de natuur vaak het loodje leggen. De aanleg van het havengebied Europoort bij Rotterdam betekende bijvoorbeeld dat het bijzondere duingebied De Beer moest verdwijnen. In de jaren vijftig werden grote landbouwbedrijven met veel grond gevormd. Het traditionele landschap werd hiervoor opnieuw ingericht, ten koste van veel poldersloten met typerende knotwilgen.
Maar in de jaren zestig groeide de zorg om natuur en milieu. Er werden milieuverenigingen opgericht die actie gingen voeren. Bijvoorbeeld toen er plannen waren voor het inpolderen van de Waddenzee, een uniek natuurgebied met veel vogels en zeehonden. Na een zee van protesten bleef de Waddenzee behouden. Aan de rand van Zuidelijk Flevoland, een van de IJsselmeerpolders, ontstond in de jaren zestig bij toeval een nieuw natuurgebied. Hier was een industrieterrein gepland, maar nooit gerealiseerd. In de zandputten ging riet en wilg groeien. De Oostvaardersplassen ontstonden. Veel vogelsoorten voelden zich er thuis, waaronder de roerdomp, de zilverreiger en de lepelaar. Dankzij veel publiciteit bleef het nieuwe natuurgebied behouden.
In de jaren tachtig ging de overheid niet alleen natuur beschermen, maar ook nieuwe natuur scheppen. Zo kwamen er natuurgebieden langs de Waal. Daar werden speciale runder- en paardensoorten uitgezet om het gras kort te houden. In de uiterwaarden (de gronden langs de rivieren) groeiden populieren. Er veranderde nog meer. Niet alleen liet de overheid meer natuurgebieden ontstaan, ze legde vooral ook verbindingen tussen die natuurgebieden. Dat maakt het gemakkelijker voor dieren om van het ene naar het andere natuurgebied te gaan.
Sinds 2001 wordt nieuwe natuur geschapen door de uitvoering van nieuwe rivierplannen. Bijvoorbeeld in de Noordwaard, in de Biesbosch. Daar is een polder onder water gezet. Het water stroomt door de gegraven kreken en daardoor kunnen planten- en diersoorten zich ontwikkelen.
Zo is er sinds de inrichting van het Naardermeer tot natuurgebied geleidelijk meer ruimte voor de natuur gekomen. Maar nog steeds telt Nederland zeer weinig natuurgebieden in vergelijking met veel andere landen.
De Nederlandse natuur is bovendien minder veelzijdig dan een eeuw geleden. Zo zijn veel plantensoorten die door Thijsse zijn beschreven zeldzaam geworden en zijn ook veel vlindersoorten sterk in aantal verminderd. De meeste vogelsoorten wisten zich wel redelijk te handhaven – vooral dankzij de unieke verscheidenheid aan wadden, kwelders, meren, plassen en uiterwaarden. Dat is de levende natuur, waar de geest van Jac. P. Thijsse nog steeds lijkt rond te waren.
Afbeelding:
Zilverreiger in Naardermeer, 2004
Foto: Martijn de Jonge / KINA
A.J. Beintema: Het begon met het Naardermeer.100 Jaar natuurmonument. Fontaine Uitgevers B.V., 2005.
Naarden in de schaduw van Munster, de bevrijding van Naarden door mariniers. Uitgeverij Waanders, 1998.
Winkler Prins Kinderencyclopedie van de Natuur. Het Spectrum, 2006.