De Nieuwe Waterweg was klaar in 1872. In het begin waren er opnieuw problemen met verzanding. Deze werden opgelost door kribben aan te leggen, waardoor de vaarweg smaller werd en de stroming sterker. Daardoor werd het slib meegevoerd naar zee, in plaats van te bezinken. Met de nieuwe zeeverbinding kreeg de haven een enorme impuls. Rotterdam werd steeds meer een wereldhaven, vooral voor de overslag van goederen, maar in de tijd van de grote emigratiegolf ook voor het personenvervoer. Het gebouw van de Holland Amerika Lijn in hartje Rotterdam, nu Hotel New York, herinnert hieraan. Honderdduizenden landverhuizers vertrokken van hier naar een nieuw vaderland.
Intussen is de haven van Rotterdam in fasen uitgebreid tot in zee. Toen de Nieuwe Waterweg klaar was, kwamen er al gauw nieuwe havens bij, zoals de Rijnhaven, de Maashaven en de Waalhaven. In 1929 werd begonnen met Pernis, waar de Eerste Petroleumhaven zou verrijzen. Later volgden Botlek, Europoort en de Maasvlakte, iedere keer meer westwaarts. De Tweede Maasvlakte, het project voor een verdere uitbreiding in zee, staat in de steigers. Tegenwoordig hoeven veel zeeschepen, die bijvoorbeeld naar Europoort moeten, de Nieuwe Waterweg helemaal niet meer te gebruiken. Zij varen via het Calandkanaal, genoemd naar Pieter Caland, de ontwerper van de Nieuwe Waterweg,,naar Europoort.
Rotterdam stond lang bekend als de ‘grootste haven van de wereld’. Inmiddels is de haven voorbijgestreefd door Sjanghai en Singapore wat betreft het overslagvolume, maar Rotterdam is nog steeds verreweg de grootste haven van Europa: midden in het economisch kerngebied van Europa gelegen, met uitgebreide achterlandverbindingen over water, spoor en de weg.
Water is in Nederland van groot belang voor transport. In de Middeleeuwen en nog lang daarna was de rivierhandel belangrijk. Daarom liggen er zoveel historische stadjes aan de rivieren. Naast bevaarbare rivieren zijn er veel kanalen. Deze zijn vooral gegraven toen na 1850 de industrialisatie op gang kwam. Over die kanalen werden grondstoffen en eindproducten vervoerd van de fabrieken die overal verrezen. Voorbeelden zijn het Wilhelminakanaal (1923) in Noord-Brabant en een hele serie kanalen dwars door Friesland en Groningen, in delen aangelegd tussen 1870 en 1950. Het Amsterdam-Rijnkanaal was in 1952 klaar en werd daarna in fasen verbreed en zo aangepast aan de maten van moderne duwbakken en rivierschepen. Het Schelde-Rijnkanaal, dat ten tijde van de aanleg van de Deltawerken werd gegraven, verbindt de havengebieden van Antwerpen en Rotterdam.
Vervoer over water, zowel binnen Nederland als tussen Nederland en gebieden in het Europese achterland, is nog steeds van groot economisch belang. Niet alleen bulkgoederen, maar ook containers, auto’s en uiteenlopende industrieproducten worden door de binnenvaart vervoerd. Transport over water is relatief milieuvriendelijk en kent weinig files. De Rotterdamse wereldhaven langs de Nieuwe Waterweg en het dichte net van vaarwegen naar het achterland vormen samen de belangrijke aders in de bloedsomloop van de wereldhandel.
Afbeelding:
Nieuwe Waterweg, 2006
Foto: Siebe Swart/HH