Taal: Nederlands Language: English Nederland Leeft Met Water logo
1784
Venster 8
Pannerdensche Kop
Een slimme waterbouwkundige te paard
In de totale tijdslijn van 1000 tot 2000 viel de periode van dit venster in het jaar 1784
Een mooie lentedag in 1781. Waterbouwkundige Christiaan Brunings inspecteert te paard het gebied waar de Rijn zich splitst in de Waal en het Pannerdens Kanaal. Voor de zoveelste keer stelt hij vast dat de waterverdeling niet goed is. Dan krijgt hij een idee.
Pannerdensche Kop, 2008<br>Foto: Siebe Swart/HH

Het Pannerdens Kanaal was een in 1707 gegraven riviervak, bedoeld om meer water naar de verzande Nederrijn te sturen, en daarmee de Waal te ontlasten. Maar het kanaal werkte niet goed. Of eigenlijk: het werkte té goed. Er stroomde nu niet te weinig, maar juist te veel water naar de Nederrijn, met enorme overstromingen als gevolg. Brunings zag op die lentemorgen in 1781 een mogelijkheid om wél een stabiele waterverdeling tot stand te brengen. Hij bedacht een plan om op een grote zandplaat een geweldige krib, een ‘schephoofd’, aan te leggen. De krib is nu nog steeds te zien. Het is een spits toelopende landtong, die als een mes het rivierwater doorklieft: de Pannerdensche Kop.

In 1784 was door dit nieuwe schephoofd een ideaal splitsingspunt ontstaan. Zowel het Pannerdens Kanaal als de Waal ontvingen rechtstreeks water van de onverdeelde Rijn. De verdeling van water, sediment en ijs over Waal en Pannerdens Kanaal bleek vanaf die jaren stabiel te zijn. Twee derde van het uit Duitsland komende Rijnwater wordt afgevoerd door de Waal en een derde door het Pannerdens Kanaal. Deze waterverdeling is tot op de dag van vandaag gehandhaafd.

De aanleg van de Pannerdensche Kop is erg belangrijk geweest voor het rivierbeheer. Sindsdien besefte men dat de beheersing van de rivieren in feite een rijkstaak is. Een slechte water- en ijsafvoer zorgde steeds weer voor overstromingen en schepen hadden last van ondieptes en zandplaten. Vanaf 1850 werd een groot programma uitgevoerd om de rivieren aan te pakken. Overal ruimden de ingenieurs zandplaten en eilanden op en brachten zo een doorgaande vaargeul tot stand. De riviervakken kregen een bepaalde vastgestelde breedte.

Het temmen van de rivieren ging niet zomaar. In bootjes peilde men overal de waterdieptes en mat men stroomvolumes en stroomsnelheden. Alles werd in kaart gebracht. Systematisch legde men kribben aan om de stroming te versmallen en zo krachtiger te maken. Dat moest het rivierbed helpen verdiepen. En het hielp, maar uiteindelijk kwamen er stoombaggervaartuigen aan te pas om de vaargeulen op diepte te brengen. Er zijn nieuwe riviermonden gegraven, zoals de Nieuwe Waterweg (1872), de Nieuwe Merwede (1890) en de Bergsche Maas (1904), waardoor de rivieren veel meer water naar zee af kunnen voeren. In de jaren twintig en dertig was de Maas aan de beurt. Een groot deel werd met stuwen bevaarbaar gemaakt. Ook werd het rivierbed verbreed en verdiept en zijn er veel bochten uit gehaald.

Er is inmiddels veel bereikt. Door de aanleg van een uitgekiend kribbenstelsel, veel gebagger en ingewikkeld rekenwerk zijn de rivieren geschikt gemaakt voor de afvoer van water en ijs en voor de scheepvaart. Maar het begon op een lentedag in 1781, met een slimme waterbouwkundige te paard. De Pannerdensche Kop verdeelt al meer dan tweehonderd jaar het water van de Rijn: een monument van ingenieurskunde en het beginpunt van het moderne rivierbeheer.

Afbeelding: Pannerdensche Kop, 2008
Foto: Siebe Swart/HH

Printvriendelijke versie   Printvriendelijke versie

Er op uit

In het gebied ligt een fort van de Waterlinie dat gerestaureerd wordt. Langs het water is een kunstwerk te bezichtigen: de kop van Pannerden. Een voorproefje van het kunstwerk de kop van Pannerden neem je op: www.monalisaweb.nl

Op de kaart