Venster 2 : Een deftig gebouw in Leiden

Het ontstaan van de waterschappen

1255

Van wie is toch dat deftige gebouw aan de Breestraat in Leiden? Gezien de klasse en traditie die het gebouw uitstraalt, moet het wel van een oude organisatie zijn, met een rijke geschiedenis. Dat klopt. Hier huist het hoogheemraadschap Rijnland, een van de oudste waterschappen van Nederland. Het verhaal over dit eerbiedwaardige waterschap begint al in de Middeleeuwen.

Gemeenlandshuis Rijnland, Leiden, 2008<br>Foto: Ralph Kämena Rond 1150 begon het platteland rondom Leiden last te krijgen van wateroverlast. Dit kwam omdat de Oude Rijn, die bij Katwijk in zee uitmondde, verstopt raakte. Het Rijnwater kon geen kant meer op, waardoor het land langs de rivier regelmatig drassig werd. Dat was slecht voor de boeren!.Er moest iets gebeuren om het water van het land te houden. Plaatselijke bestuurders, heemraden genoemd, namen het initiatief. Zij lieten drie afvoerkanalen graven, zodat het water van de Oude Rijn kon afwateren in het IJ. Voor extra bescherming werd een dam gebouwd bij het Haarlemse Spaarne, die in het IJ uitmondt. Deze dam hield het hoogwater van het IJ tegen.

Het hielp. De boeren hielden droge voeten en de landbouw bloeide. Maar de graaf van Holland, Willem II, had vooral oog voor de belangen van de stad Haarlem, die de scheepvaart op het Spaarne wilde stimuleren. Daarvoor was een schutsluis in de dam nodig, een sluis waar schepen doorheen geleid worden. In 1253 gaf de graaf de Haarlemmers toestemming om deze schutsluis te bouwen. Dat zou wel als gevolg hebben dat de dam veel minder water zou tegenhouden. Er zou dus weer wateroverlast ontstaan. De heemraden protesteerden daarom fel. En ze kregen gehoor. In 1255 sloot de graaf een verdrag met de heemraden van Rijnland. De graaf beloofde dat hij geen waterbouwkundige werken in het Rijnlands gebied zou uitvoeren zonder dat er eerst overleg was geweest met de heemraden. Deze werden daarmee als medebestuurders erkend voor de waterstaat in hun gebied. Zij hielden toezicht op de waterstaatswerken, samen met de door de graaf benoemde dijkgraaf. Deze bestuurders gingen later regels vaststellen voor het gebruik en beheer van sluizen, dammen en andere waterwerken. Overtreders mochten zij bestraffen.

Door de eeuwen heen hebben de waterschappen en hun bestuur een zeer belangrijke rol gespeeld op het gebied van het waterbeheer. Zonder hen was er geen goede dijkzorg geweest en waren er geen watermolens en later gemalen gebouwd om het land droog te houden. Verder inde het waterschap belasting, maakte het plannen en hield het toezicht. Daarmee groeide het waterbeheer uit tot een vast onderdeel van het landelijk bestuur, met nog steeds een hoge mate van zelfstandigheid voor de waterschappen.

In Holland, Zeeland, Groningen en het Gelderse riviergebied werden vanaf de twaalfde eeuw steeds meer waterschappen opgericht. Ze regelden zaken als afwatering, bescherming tegen overstromingen, of het bewaken van het juiste waterpeil voor de landbouw. Om hun werk te kunnen blijven doen, gingen de waterschappen hun eigen belasting heffen en dat doen ze nog steeds. Waren er een eeuw geleden meer dan tweeduizend waterschappen actief, nu zijn het er nog 26. Rijnland is er nog steeds een van: ook in de eenentwintigste eeuw onmisbaar voor het regionale waterbeheer.


Afbeelding: Gemeenlandshuis Rijnland, Leiden, 2008
Foto: Ralph Kämena