Venster 21 : Een barre tocht langs Bartlehiem

Genieten van water

1963

Bar en boos was de Elfstedentocht van 18 januari 1963. Een snijdende wind en achttien graden vorst joegen de meeste toer- en wedstrijdrijders van het ijs. De tranen bevroren op hun wangen. Het tweemaal te passeren bruggetje bij Bartlehiem kreeg haast magische dimensies. Haalde je dit punt voor de tweede keer, dan kon je daarna met de wind in de rug naar de finish. Maar vraag niet hoe! De weinige overgeblevenen waren met hun bevroren vingers en tenen in Bartlehiem dan al zo uitgeput, dat ze zwalkend over de eindstreep in Leeuwarden struikelden. Reinier Paping werd de legendarische winnaar.

Reinier Paping wint Elfstedentocht, 1963<br>Foto: ANP Water betekende meer dan alleen gevaar of economische voorspoed. Al in de Middeleeuwen werd er volop geschaatst, ook in wedstrijdverband. Vanaf bootjes of sleeën hield men regelmatig steekspelen op slotgrachten en vestingwallen. Toch klonken ook in dit verband de waarschuwingen voor het ijdele genieten van de natuur. Sinds de zondeval was de aarde het werkterrein van de duivel. Die probeerde met de schoonheid en de verlokkingen van de natuur de mens steeds weer tot de zonde te verleiden.

Dat wordt geïllustreerd door het bekendste schaatsverhaal uit de Lage Landen. Het speelt aan het eind van de veertiende eeuw. Lidwina van Schiedam heeft gekozen voor een religieus leven. Toch laat ze zich nog een keer verleiden om met haar vriendinnen uit schaatsen te gaan. Vrijwel onmiddellijk komt ze ten val en breekt van alles. Dat komt ervan als je je woord niet houdt en toch het aardse genot gaat zoeken. Meer dan dertig jaar lang kwijnt ze weg onder de meest vreselijke omstandigheden. Door haar lichaam pijn te doen, zuivert ze haar ziel. De beeldspraak rond de bevroren wereld en de vergankelijke sneeuw blijft lange tijd in gebruik om te waarschuwen voor aardse genietingen. Pas in de negentiende eeuw kunnen watersport en ijsvermaak zich eindelijk onbelemmerd ontwikkelen. Schaatsen en varen bevorderen de onderlinge verbondenheid. Op het ijs en het water is iedereen gelijk. Overal waait het rood-wit-blauw en staan de koek-en-zopie-tenten gereed voor verwarmende gesprekken.

Deze herontdekking van de natuur opent ook het zicht op een gezondheidscultuur rond het water. Baden in zee verkwikt geest en lichaam, water maakt de stramme leden soepel en de zon verwarmt hart en ziel. Zulke hoopvolle idealen lokt eerst de Europese adel en wat later de welgestelden naar de kust. Daar groeien dorpen als Scheveningen, Noordwijk en Domburg uit tot geliefde vakantieoorden. In de Zeeuwse badplaats opent dr. Mezger in 1889 het Badpaviljoen, nadat hij met succes fysiotherapie had toegepast op de reumatische koning Willem II. Van heinde en verre stroomde de adel toe, van graaf dr. Stroganoff tot aan keizerin Sissi.
In de loop van de twintigste eeuw gaan zwemmen en zonnebaden tot het voornaamste volksvermaak behoren. Dat men heeft geleerd dat het met die dunne ozonlaag niet gezond is om uren in de zon te bakken, mag de waterpret toch niet drukken. Of er met al die klimaatveranderingen in de toekomst ooit nog een Elfstedentocht gereden zal worden, blijft afwachten.


Afbeelding: Reinier Paping wint Elfstedentocht, 1963
Foto: ANP