Venster 22 : Stuw bij Driel

Waterkraan van de grote rivieren

1970

Hoe verandert een rivier in een kanaal? En hoe verandert dat kanaal weer terug in een rivier? Door er stuwen in te leggen. In 1970 is de stuw bij Driel geopend. Driel ligt een paar kilometer ten zuidwesten van Arnhem aan de Nederrijn. Een stuw helpt het waterpeil in een rivier op peil te houden. De stuw bij Driel is een open-dicht stuw in de vorm van twee grote bogen. Hij werkt als een soort kraan. Als de stuw open is, kan het water door de Nederrijn. Bij een dichte stuw wordt het water tegengehouden en gaat het via de IJssel naar het IJsselmeer. Zo kan het water de kant op waar er het meest behoefte aan is.

Stuw en sluis in de Neder Rijn bij Driel<br>Foto: Bart van Eijck De stuw bij Driel is het grootste deel van het jaar dicht. Zo krijgt het IJsselmeer zo veel mogelijk zoet water. Om te zorgen dat de Nederrijn toch nog bevaarbaar blijft voor schepen, zijn er verder naar het westen nog twee stuwen gebouwd. Een bij Amerongen en een bij Hagesteijn. Als de stuwen dicht zijn, is de Nederrijn in feite een kanaal. Als er veel water is, gaan de stuwen open en is de Nederrijn weer een rivier.

Nederland is een waterrijk land. Je zou zeggen dat Nederland geen droogte kent. Dat is jammer genoeg niet waar. We denken dat Nederland een regenachtig land is, maar met gemiddeld 70-90 cm neerslag (meestal in millimeters uitgedrukt, dus 700-900 mm) zouden we zonder de grote rivieren veel te weinig water hebben om in onze behoeften aan drinkwater en water voor de landbouw te voorzien. Er is altijd water in het land, maar niet altijd op de juiste plek en het goede moment. De regen is niet gelijk verdeeld over het jaar. Het regent het meest in de winter, als er bijna geen gewassen op het veld staan. Het regent weinig in het voorjaar als de gewassen moeten groeien. Als het klimaat verandert, zou het in de zomer nog wel eens veel droger kunnen worden en in de winter veel natter. Om ook in droge tijden water te kunnen gebruiken voor landbouw en drinkwater, is het nodig water op te slaan. Het IJsselmeer is een belangrijke bron voor zoet water voor de landbouw en drinkwater. Het vervult ook een belangrijke rol bij het bestrijden van verzilting van de Nederlandse grond.

Landbouw kan niet zonder zoet water. Voor bijna alle gewassen is zeewater niet bruikbaar. Het is in Nederland een groot probleem dat zeewater op veel plaatsen het land binnen kan komen. We noemen dat verzilting. Die verzilting treedt op bij de grote rivieren en bij kanalen die op zee uitmonden, zoals het Noordzeekanaal. Zeewater kan ook via de bodem het land binnendringen. Hoe dieper onder de zeespiegel, hoe sneller dit gebeurt. Dit vormt een groot probleem voor de landbouw, als er geen maatregelen tegen genomen worden. Het is maar goed dat we in Nederland een aantal grote gebieden hebben met zoet water, zoals het IJsselmeer. En dat we geleerd hebben hoe we het zoete rivierwater de goede kant op kunnen sturen.


Afbeelding: Stuw en sluis in de Neder Rijn bij Driel
Foto: Bart van Eijck